Diensten  
Home
Lezingen en presentaties
Namebranding
Teksten
Filmproducties
Public relations
Media exposure
Advertenties
Websites

 Bedrijfsinformatie  
Algemeen
Contact
Privacyverklaring
Routebeschrijving
Nieuws

 Collecties  
Modelbouw
Barbies
Camera's
Route 66
Mammoetologie

 Faciliteiten  
Linken
Statistieken


 Dertig jaar SuPer Modulaire Transportkarren!   
Precies dertig jaar geleden werd in Pfedelbach een revolutionair nieuw zwaartransport systeem gebouwd. Deze SPMTs van de eerste generatie hadden eigen motoren met een hydrostatische aandrijving, binnen 360 graden draaibare wielen en een verstelbaar hydraulisch laaddek. Ondanks deze schitterende specificaties was het in het begin moeilijk om de belangrijke klanten, waaronder ingenieurs- en constructiebedrijven voor de gas-, olie- en offshore te overtuigen van het grote voordeel bij het inzetten van de SPMTs. Men was nu eenmaal gewend aan de ouderwetse load-out systemen die met conventionele trailers en lieren werden uitgevoerd. En wat de boer niet kent, dat eet hij niet!

Succes krijgt altijd navolging en er kwamen onvermijdelijk SPMT klonen op de markt. Die werden gemaakt door Kamag in Ulm, Duitsland en Nicolas in Auxerre, Frankrijk, maar vallen inmiddels onder de overkoepelende ITT Group. In deze groep is en blijft Scheuerle de grootste fabrikant van SPMTs: ze hebben er al sinds 1983 meer dan 10.000 aslijnen van afgeleverd. Het mooie is dat ze vanaf het productiejaar 1986 allemaal onderling gekoppeld kunnen worden en met één en dezelfde afstandsbediening kunnen worden aangestuurd. Ook is er inmiddels een universele koppeling ontwikkeld waarbij de Kamag en Scheuerle SPMTs aslijnen in combinatie kunnen worden gebruikt. Op de Bauma tentoonstelling, kortgeleden in München had de TII Group een uitgebreide stand met veel noviteiten. Op een grote stand van 2000 m² viel veel te zien voor zwaartransport liefhebbers.

Zo heeft Scheuerle een zogenaamde SPMT Split ontwikkeld, een in de lengterichting gehalveerde SPMT die zo n combinatie met en normale SPMT op smalle wegen ingezet kan worden. De SPMT split heeft een eigen aandrijving en zijn zowel in 4- als in 6 aslijnen te leveren. En bijna onvermijdelijk in deze zware wereld is er nu ook een SPMT Light leverbaar. Een afgeslankte alleskunner met maar twee aslijnen en vier pendelassen. Het draagoppervlakte meet 6.056 x 2.438 mm op exact te zijn, dus in normale mensentaal ruim 6 meter lang en bijna 2,5 meter breed. Met een laag eigengewicht van 10 ton kunnen ze maximaal 86 ton verplaatsen. Voor de aandrijving hangt onder het platform en tussen de twee aslijnen een Deutz dieselmotor die aan de strenge EU 3B normen voor uitlaatgassen voldoet. Een ideaal transportsysteem voor kleinbehuisden waarmee zelfs in hallen met gesloten ramen gereden kan worden. En natuurlijk is deze SPMT light volledig compatibel in te zetten met zijn grote broers.

De SPMT is nu niet meer het exclusieve transportmiddel wat het vroeger was en tegenwoordig kom deze werkpaarden in een vereenvoudigde uitvoering tegen op veel constructiebedrijven en scheepswerven. Scheuerle noemt ze SHT-Shipyard Transporters en heeft er al honderden van afgeleverd. Ze zijn speciaal gebouwd voor het gebruik op een afgesloten terrein en dus niet voor gebruik op de openbare weg. Met breedtes van 5 en 10 meter zou dit ook niet erg praktisch zijn, maar verder hebben ze bijna alle features die je op het SPMT transportsysteem tegenkomt. De pendelassen zijn ook te verstellen in talloze transportconfiguraties en het platform is maar liefst 70 cm in hoogte verstelbaar. De SHTs worden geleverd in modulaire units van twee aslijnen tot maximaal tien aslijnen. Evenals de normale SPMTs zijn deze SHTs te koppelen tot elke gewenst oppervlak en kan worden uitgebreid tot een capaciteit van 15.000 ton.

Meestal gebeuren SPMT operaties op afgesloten terreinen en betreft het grote en zware installaties van duizenden tonnen. Er moeten soms honderden aslijnen aan elkaar gekoppeld, zoals gebeurt bij het uitladen van geïntegreerde offshore dekken. Het is ongelooflijk om een meer dan 10.000 ton wegende constructie langzaam naar een zeegaand ponton te zien rollen. En opvallend is de rust waarmee de mensen hun werk doen. Zo nu en dan wordt er gestopt, terwijl de pompen via grote slangen het ballastwater in dikke stralen naast de bak spuiten. Dit is noodzakelijk om de bak tijdens het oprijden meer drijfvermogen te geven en zo evenwijdig aan de kade te houden.

Geestelijk SPMT-vader Jan Q Gommers was in 1983 general manager van de project- en engineeringsdivisie van Mammoet en onderkende de problemen die het gebruik van de conventionele load-out systemen met zich meebrachten. Het nieuwe transportsysteem moest aan een aantal eisen voldoen. De breedte van de SPMTs werd tot 2,43 meter (8 feet) beperkt om over de weg zonder vergunning te kunnen worden getransporteerd en met container schepen op zogenaamde flatracks worden verscheept. Er werden er twee standaard SPMT units ontworpen, een met vier aslijnen en een met zes aslijnen. De motorunits leveren een hydrostatische aandrijving en kunnen aan elke transportconfiguratie worden gehangen, waarbij de hoogte evenredig blijft aan het laaddek. Voor de gecompliceerde stuurbewegingen werden er aparte computerprogramma’s gemaakt zodat de operator de verschillende rijrichtingen zoals dwars uit, krap en carrousel rijden met één druk op de knop kan verwezenlijken. Jan Gommers, inmiddels gepensioneerd, merkt verder nog op dat buiten de 10 % capaciteitsvergroting en meer betrouwbare computer- en besturingstechnieken de originele bouwspecificaties gedurende de afgelopen 30 jaren niet zijn veranderd.

Hoewel je de SPMTs tegenwoordig bijna over de hele wereld tegenkomt, zijn ze in de Verenigde Staten nog wel een bijzonderheid. Het Belgisch-Nederlandse bedrijf Sarens kreeg de opdracht om een 77.000 kg. wegend ruimteveer te vervoeren. Na vijfentwintig ruimtemissies werd de spaceshuttle Endeavour als missie nummer 26 naar het California Science Center vervoerd voor zijn laatste rustplaats. De Los Angeles Times deed uitgebreid verslag van dit in twee dagen geplande transport en waren zo onder de indruk van het SPMT transportsysteem dat ze de zelfaangedreven platformwagens beschreven als ‘specialized robotic transporters’. Voor de 20 km lange reis van de Endeavour van LAX Airport, waar de spaceshuttle op de rug van een Boeing747 is geland, naar het California Science Center werden door Sarens twee maal 20 aslijnen ingezet en leek het voor Sarens een eenvoudig transportklusje. Het venijn zat echter in de vleugels en de staart, met een spanbreedte van maar liefst 26 meter zo’n 20 meter hoog is het niet verwonderlijk dat de gemeentelijke diensten en politie al wekenlang voorbereidingen troffen. Langs de route door LA werden muren, verkeerslichten, straatlantaarns verwijderd, inclusief 400(!) bomen, die door het museum moeten worden teruggepland. Volgens opgave bedraagt het prijskaartje van de hele operatie een dikke tien miljoen dollar, waarvan Sarens overigens maar een klein deel van in de knip krijgt.

De eerste space shuttle werd door Amerika in 1981 in de ruimte gebracht. Twee jaar later werden in 1983 de eerste aslijnen van de zelfaangedreven platformwagens afgeleverd en dit was een baanbrekende ontwikkeling in het zware transport. Dit jaar werd de laatste space shuttle Endeavour naar het museum gebracht... met behulp van SPMTs. Alle andere space shuttles zoals de Discovery en Atlantis zijn al lang niet meer in gebruik. Dit in tegenstelling tot de SPMTs, die blijven voorlopig hun rondjes draaien op deze wereldbol!




 Gerelateerd  
  • Meer door.. Aad
  • Meer van.. Nieuws

  •  Artikel opties  
  • Email artikel
  • Afdrukversie artikel