Diensten  
Home
Lezingen en presentaties
Namebranding
Teksten
Filmproducties
Public relations
Media exposure
Advertenties
Websites

 Bedrijfsinformatie  
Algemeen
Contact
Routebeschrijving
Nieuws

 Collecties  
Modelbouw
Barbies
Camera's
Route 66
Mammoetologie

 Faciliteiten  
Linken
Kalender
Peilingen
Statistieken


 Mijn leven op wielen   
Mijn eerste auto was een rode Volvo 544, bijgenaamd de katterug. Het was een mooie auto, maar de miskoop van de maand. Ik had hem gekocht bij een louche garage in Rotterdam Noord. Hij reed wel een stuk beter dan de Opel Kadett, waarin ik kort tevoren mijn rijbewijs had gehaald. Van deze Volvo heb ik maar kort plezier gehad: na een dure reparatie aan een lekke remleiding brandde het olielampje op een dag. De man van de Volvo garage waar ik heen ging, vulde wat olie bij en met een geruststellend ‘’Alles in orde, mijnheer’’ vertrok ik naar Den Haag. Halverwege de A13 hoorde ik een hoop lawaai onder de motorkap alsof een bak gereedschap werd leeg gegooid. De lagers waren eruit gelopen en dat was het einde van deze auto met veel karakter. Als je pas 19 bent moet je nog veel leren en niet iedereen vertrouwen.

De volgende occasion was een Fiat 850 coupe. Met mijn 1.92 meter lengte was de auto eigenlijk te klein, maar met de stoel in de laagste en helemaal naar achteren geschoven ging het net. De auto had de pretentie van een sportwagen, maar vertoonde de wegligging van een hobbelgeit. Het motortje en dus het zwaartepunt zaten achterin en de pendelassen dansten op en neer dat het een lieve lust was. Op de kinderkopjes in het Rotterdamse havengebied zwabberde je van links naar rechts als je harder reed dan 50 km per uur. Het autootje had als rechtgeaarde Italiaan een chronisch startprobleem, vreemd genoeg als de motor op temperatuur was. Na 80.000 km. was de 903 cc. motor totaal op: een kruissnelheid van doorgaans 130 km per uur was te heftig voor deze kleine naaimachine. Toch heb ik hele prettige herinneringen aan dit autootje.

Mijn eerste echte auto was een blauwe BMW 2000, een hele stoere auto die geweldig reed. De benzine kostte toen nog 46 cent (ca. 20 eurocent!) per liter Met schuifdak en een bruine hemel van de sigarenrook van de vorige eigenaar. Weinig km. op de teller en de groenteboer had er nooit harder dan 80 km. per uur in gereden. Dat was goed te merken want boven die snelheid ging de 2 liter motor rauw lopen. Binnen de kortste tijd hoorde ik weer het bekende gereedschapsgeluid onder de motorkap, gevolgd door stilstand. Gelukkig had ik drie maanden BOVAG garantie op deze auto en garage Rembrandt in Rotterdam constateerde dat er een lager was gebroken. Het bleek een fabrieksdefect te zijn en zolang je maar rustig reed bleef de lager heel De breuk werd door de BMW importeur bij de fabriek geclaimd en onder garantie vervangen. Nadeel van deze auto, het zogenaamde ponton model, was de roestgevoeligheid. De afwerking liet in die tijd veel te wensen over en BMW was daar geen uitzondering op.

In 1976 ging ik bij Mammoet werken en kwam ik in aanmerking voor een bedrijfsauto. De blauwe BMW was al een tijdje exit en ik reed tijdelijk opgevouwen in een veel te kleine hagelwitte Honda Civic. Ik moest in een Renault 16 gaan rijden, naar mijn mening een spuuglelijke Franse auto. Ik wist dat om te zetten in een rode BMW 1502 en mijn collega’s die mijn baantje als PR-manager ook al niet zagen zitten, vonden deze auto veel te mooi voor mij. Kortom: ze waren jaloers! Na verloop van tijd wist ik met deze oncollegiale mentaliteit om te gaan en reed ik voor mijn werk zo’n 60 @ 70.000 km per jaar zonder merkbare slijtage aan deze auto.

Hierna kreeg ik een Peugeot 305, die een maandagochtendauto bleek te zijn. De rode lak was binnen het jaar dof, in een parkeergarage stond de auto een keer in een grote plas benzine: de benzinetank was leeg gelopen. Ik was regelmatig ’s nachts onderweg en dan viel de verlichting soms compleet uit. En als een rechtgeaarde Fransman was spontaan starten in de ochtend ook niet bij. Ik kan werkelijk niets positiefs over deze auto verzinnen en de fabrikant eigenlijk ook niet. Die adverteerde met de fantastische zit in de autostoelen alsof je een bankstel kocht. Ik kreeg er al pijn in mijn rug van als ik ernaar keek. Gelukkig was deze auto met de vele kilometers die ik reed, snel rijp voor de schroothoop. Ik krijg nog steeds de rillingen als ik een Peugeot zie.

Dat oranje BMW 320i die ik daarna kocht was een verademing. Met een twee liter, 6 cilinder motor was het een feest om met deze auto te rijden. Na veel kilometers kreeg ik er nog veel geld voor terug en kocht toen een rode BMW 320i. Eveneens een 6 cilinder en weer een geweldige reisauto met achterwielaandrijving. Voorwielaandrijving vond ik nooit prettig vanwege de wegkarakteristiek: de reacties van de motor voel je altijd aan het stuurwiel. En mijn auto's waren tot dan handgeschakeld omdat ik niet beter wist. En een automaat was immers voor mietjes en oudere vrouwen, niet waar? Niet waar!

En toen was er op een dag blauwe BMW 325i, die ik als occasion kocht, voorzien was van een automatische versnellingsbak en airco! Een geweldige auto waarmee ik weer heel veel kilometers heb afgelegd. Minstens eenmaal in de week reed ik van Oegstgeest naar Mammoet Stoof in Breda en vanwege de afstand bleef ik daar wel eens in een hotel overnachten. Meestal het Van der Valk hotel in Gilze Rijen, maar dat was volgeboekt en boekte ik een hotel in het mastbos. Op weg naar het hotel kwam ik langs een woonwagenkamp en de volgende ochtend werd ik wakker gemaakt met de mededeling dat mijn auto op boomtakken stond. De mooie velgen waren met wiel en al verdwenen. Overigens werd de diefstal verricht door echte vaklui, want het alarm was niet afgegaan. De volgende pech die ik met deze wagen had, dat ik zo dom was deze auto n Breda tegen een boom aan te zetten. Dat was het definitieve einde van een hele mooie BMW. Het wrak stond een poosje op de Veilingkade in Breda ,waar sommige onderdelen op mysterieuze wijze verdwenen.

Hierop volgde een nieuwe zwarte BMW 316, helaas weer handgeschakeld. Het was de meest ‘kale’ BMW die ik ooit heb gehad. Geen stuurbekrachtiging zodat je forse biceps kreeg van het inparkeren. De (standaard) airbags waren er in deze zogenaamde N(ederland) editie waren er uitgehaald om onder een bepaalde prijs te blijven. Nota bene een stuk onveiligheid, veroorzaakt door het Nederlandse belastingsysteem. Verder een prima auto die zijn diensten ruimschoots heeft bewezen.

Toen het met Nedlloyd, en dus ook met Mammoet wat minder ging, was dat ook aan het wagenpark te merken. Een collega die in Amerika een Lincoln Town Car gewend was, moest terug naar Nederland en kreeg tot zijn ontzetting een Volvo S40 automaat. Toen hij weer snel naar Amerika terugkeerde, kreeg ik deze bedrijfsleaseauto met een lage km. stand. Ondanks de voorwielaandrijving was ik blij met deze auto, ondermeer omdat het een automaat was. Toen de familie Van Seumeren aan het bewind kwam, nam ik ontslag en kon ik deze auto voor weinig geld overnemen van de leasemaatschappij. Marja rijdt nog nu in deze Volvo, die al weer bijna drie keer het klokje rond is.

Als bedrijfsauto voor Proteus Producties, kocht ik een blauwe BMW 535i met automaat in schuifdak. De km. teller staat inmiddels op 320.000 km. en vind het nog steeds een fantastische auto. En ondanks het feit dat er een 3,5 liter 8 cilinder motor onder de motorkap ligt, is het benzinegebruik relatief laag: gemiddeld 1 op 10. Ik hoop er nog een poosje in te blijven rijden. En mijn volgende auto? Misschien weer een BMW, maar dan elektrisch!




 Gerelateerd  
  • Meer door.. Aad
  • Meer van.. Nieuws

  •  Artikel opties  
  • Email artikel
  • Afdrukversie artikel